Je kunt als belastingadviseur gaan werken bij een groot of middelgroot kantoor.
Dat heeft bepaalde voordelen. Zulke kantoren hebben vooral internationaal
opererende ondernemingen als cliënt, waardoor je dus verzekerd bent van een
aantrekkelijk en dynamisch werkgebied. Daarnaast stoppen ze veel energie in het
(verder) opleiden van hun medewerkers. Daar staat tegenover dat er in zo’n
kantoor meer hiërarchie is dan in een klein kantoor, dat je je vrij snel moet
specialiseren en dat je je weg moet zien te vinden in een grote, soms wat
anonieme organisatie. Voordelen van een klein kantoor zijn dat de relaties er
wat persoonlijker zijn en dat je met meer kanten van het vak in aanraking komt
omdat specialiseren niet direct aan de orde is. Waarschijnlijk mag je er ook wat
sneller zelfstandig contacten met cliënten – vaak kleinere bedrijven of
vermogende particulieren – onderhouden. Sommige kleine kantoren richten zich
specifiek op één belastingsoort, bijvoorbeeld de BTW of de loonbelasting. Of je
voor een groot of een klein kantoor moet kiezen hangt van een aantal factoren
af. De belangrijkste daarvan is waar je je het prettigst voelt. Voor de één is
dat een groot kantoor in een grote stad, voor de ander een klein kantoor in de
regio.